1. Langzaam kunnen we aftellen. Letterlijk aftellen is het wanneer we kijken welke teelten we nog oogstbaar voor de pakketten hebben staan, vorige week de boerenkool, deze week de spruiten en volgende week de groene kool...dan resten alleen nog veldsla, winterpostelein en prei. Maar ook het aftellen in dagen naar het eerste plantgoed wat hier op de Hooge Kamp arriveert en de grond in gaat: volgende week het allereerste plantgoed van het nieuwe seizoen - het plantgoed voor de kas!

  2. Vorig week vertelden we dat erop het land plaatselijk drijfmest wordt gebruikt om de kolen die dit voorjaar de grond in gaan een extra stimulans te geven. De hoofdbemesting gebeurt echter met biologische gecomposteerde vaste runderstalmest. Met deze vorm van bemesting willen we in de eerste plaats het bodemleven voeden. Deze mest wordt namelijk erg gewaardeerd door allerlei nuttige organismen in de bodem. Deze zorgen er voor dat er een humus ontstaat, een rijk complex van verschillende voor planten voedzame elementen. De keuze van het mest is daarom erg belangrijk.

  3. We hebben op tuin een onderhuurder: een Steenuil. Zijn woning is een nestkast in de grote eik achter de schuur. De vogel heeft een prachtige wetenschappelijke naam: Athene noctua (nachtelijke wijsheid). Dat zou je niet zeggen als je hem observeert. Wanneer je hem in het schemerdonker op en neer zien wippen lijkt dit uiltje ter grootte van een duif meer op een kobolt. Wanneer we op maandagavond vergaderen horen we hem roepen en soms lijkt dat meer op het miaauwen van een kat. Maar we zijn natuurlijk blij met deze bewoner. Hij doet het niet zo goed in West-Europa.

  4. Op woensdagavond gaan we met z’n allen (Roel, Reni, Saco en Joost) naar de Biovakbeurs in Apeldoorn. Het is de eerste vakbeurs specifiek voor de biologische land- en tuinbouw in Nederland. Een moment om nieuwe dingen te leren kennen en collega’s te ontmoeten. We zijn vooral op zoek naar informatie voor een mogelijk nieuwe investering in 2008: een schoffelmachine. Dit werktuig wordt voor of achter de trekker gehangen. Het bestaat uit een of meerdere horizontale balken met voetjes eraan vast. De voetjes komen ondiep in de grond en schoffelen het onkruid tussen de rijen op een teeltbed.

  5. Met temperaturen rond de 10 C° lijkt de lente al een beetje begonnen te zijn. Het fluitekruid steekt als eerste schermbloemige zijn kop boven de grond en de houtduif en de tortelduif ruzieën om een nest in de plataan. Op het land genieten de prei, boerenkool en spruiten van deze warme winterperiode. Zij kunnen gestaag verder groeien. Elders op het land is het rustig. Misschien mag er zelfs nog een vleugje vorst overheen. Vrieskou kan de structuur van de grond opmerkelijk verbeteren. Dat kan het plezier met het teeltseizoen te beginnen alleen maar groter maken.

  6. Ondanks dat het nu winter is hebben we deze week toch nog geplant, niet op de volle grond maar in de kas. Na het opsnijden van de 1e lichting veldsla is de grond gefreesd en is een 2e lichting geplant. Deze mag nu uitgroeien tot de nodige porties veldsalade, welke afhankelijk van de weersomstandigheden oogstbaar zal zijn begin tot half maart.

  7. Het teeltplan is af. Een gerust gevoel geeft dit nu de bestelling bij de plantenkwekerij Jongerius ligt. Het meeste rekenwerk, wijzigingen, raskeuze en het doorvoeren van de vruchtwisseling is gedaan. Wanneer alles goed gaat krijgen wij naar wens het plantgoed om de week binnen, met de eerste lichting in week 10 voor de kas en week 11 voor de volle grond. Aan ons om nu de zaadvoorraad na te kijken voor de gewassen die we zelf rechtstreeks zaaien of voorzaaien. Zaad waarvan we meer nodig hebben dan voorraad bestellen we bij de verschillende zaadleveranciers.

  8. De rust in de omgeving is weer teruggekeerd. Rond de jaarwisseling zijn hier naast het knallen van vuurwerk, de knallen en het gejoel van carbid hoorbaar. De ene knal nog harder dan de andere. Maar met nog wat na ebben de dagen na nieuwjaar en de scholen die weer begonnen zijn hoor je deze nu nauwelijks meer.

  9. Het is echt de koude tijd. Met de midwinterzonnewende (21 december) al weer achter ons wordt het al weer merkbaar dat de dagen gaan lengen. Op oudjaarsdag met het snijden van de veldsla op de vollegrond hoorde we met het invallen van de schemering de merel al weer volop. Ook de steenuil - die bij ons in de grote eik woont - waagde zich om zich te laten horen. Eerst nog schoorvoetend - zo klonk het althans - maar later met de keel enigszins losgetrild al meer voluit.

Pagina's